Space Afrika – Somewhere Decent to Live (2018)

Op de valreep van het nieuwe jaar ontdek ik nog wat zowaar mijn ‘plaat van het jaar’ lijkt te zijn. De plaat kwam al in maart uit, maar ik geloof dat er behoudens interviews in FACT Magazine en Loud and Quiet in de media nauwelijks aandacht aan besteed is–ik heb geen recensies gezien.

De impact is direct en alle hokjes die bij mij een lampje doen branden, worden aangekruist. Waanzinnig diepe doch uiterst subtiel gearrangeerde low end, zeer spaarzaam geplaatste kick drums als ze al aanwezig zijn, een abstract-klinische vernislaag ambachtelijk over het geluidsspectrum uitgesmeerd, public address vocal samples en een verfijnd en uitgekiend sound design dat–even los van het feit dat Space Afrika bepaald geen post-rock is–in een zeker opzicht sterk aan de uitgesponnen lange lijn van een aantal tracks op Codename:Dustsucker, het tweede album van Bark Psychosis uit 2004, doet denken; het is de uitdrukking die op beide platen aan de moderne grote stad wordt gegeven waar de overeenkomst ligt.

Meer lezen over “Space Afrika – Somewhere Decent to Live (2018)”

Vril. – Anima Mundi (2018)

Ik beken dat ik Vril nog niet kende totdat ik de lovende recensie als ‘Album der Ausgabe’ in de allerlaatste printuitgave van het Duitse GROOVE las (November/Dezember-Nummer 2018). Hij is blijkbaar een bekende DJ uit Hannover van het Weimarse Giegling-collectief, en Anima Mundi is zijn derde langspeler. De plaat werd in rauwe vorm vorig jaar al tijdens Giegling-evenementen op cassette gedistribueerd, maar Vril heeft de sounds vervolgens volledig ge-remixed en het resultaat heeft naar zeggen een geheel nieuwe, unieke plaat opgeleverd (ik heb die cassette niet gehoord).

Het is wat mij betreft zonder twijfel een van de drie beste dance/techno-platen in een jaar dat sowieso een topjaar voor dance is gebleken. De muziek houdt het midden tussen dubtechno in de Deepchord/Rod Modell-traditie en de meer ambiente stijl van Echospace en aliassen, en refereert doorheen de plaat zeker ook naar de karakteristieke Berlijnse oscillerende open-ader sound van Basic Channel, natuurlijk hét sjabloon voor dubtechno. Het echoët, faseert en galmt als een bezetene tegen een niet-aflatende diep pulserende achtergrond. De klassieke Basic Channel garnituur is heel herkenbaar, maar Vril weet eigen accenten aan te brengen waardoor Anima Mundi duidelijk identificeerbaar is als dubtechno, maar hij zich tegelijkertijd ook specifiek te onderscheiden van de luie epigoon. Zoals GROOVE schrijft: ‘Jeden seiner Tracks erkennt man sofort als Track von Vril.’

Meer lezen over “Vril. – Anima Mundi (2018)”

Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)


“Nostalgia For Unattainable Worlds”

The year was 1993. As a 24-year-old, I was rather late to latch on to the techno & house craze of the late 80’s and early 90’s. At the time, my focus was too much on the post-hardcore and noise rock that was simultaneously being imported from the US to care about what was going on in electronic music. Beats for me were limited to hip-hop and industrial formations such as industrial mainstay Coil (who flirted heavily with house on 1991 masterpiece Love’s Secret Domain), Consolidated, Front 242 and especially Meat Beat Manifesto, and nights in the Korsakoff, the place in Amsterdam for industrial dance. That suddenly changed — I can’t remember why — when albums from Warp’s “Artificial Intelligence” series began hitting shelves — a series that ultimately, for whatever reason, was rather short-lived.

Meer lezen over “Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)”

Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)


“Nostalgia For Unattainable Worlds”

Het jaar was 1993. Ik was, als 24-jarige, schromelijk laat met het aanhaken bij de techno & house hausse van de late jaren ’80 en vroege jaren ’90. Mijn aandacht ging in die tijd te zeer uit naar de post-hardcore en noiserock die terzelfder tijd uit de VS werd geïmporteerd om me te bekommeren om wat er op dat moment in de electronische muziek gaande was. Beats voor mij waren beperkt tot hiphop en industrial formaties zoals Coil (die op LSD met house flirtten), Consolidated, Front 242 en vooral Meat Beat Manifesto, én avonden in de Korsakoff, dé plek in Amsterdam voor industrial dance-avondjes. Daar kwam plots verandering in — ik weet niet meer waarom — toen platen uit de “Artificial Intelligence”-serie van Warp in de schappen begonnen te verschijnen — een reeks die uiteindelijk om wat voor reden dan ook geen lang leven beschoren was.

Meer lezen over “Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)”

Sonic Youth — Goo


‘It’s the codas, stupid!’

Over Goo is natuurlijk al veel gezegd en geschreven. Persoonlijk vind ik het een hoogtepunt in hun lange oeuvre. Velen zien het als hun pop-album. Maar dat is denk ik niet juist, of althans niet helemaal. Getuige de aandacht die de plaat in de media (MTV!) kreeg damals, en het feit dat voor elke track een aparte video werd gemaakt, is dat wel te begrijpen; het droeg bij aan de reputatie die de plaat heeft opgebouwd. Maar Goo is veelmeer een flirt met de mainstream, met pop. De muziek zelf is nauwelijks mainstream te noemen: de schone schijn die menigeen er in pleegt te horen, bedriegt. Ik kan me nog herinneren dat in een krantenrecensie werd geklaagd over het feit dat nu Sonic Youth eindelijk songs met kop en staart afleverden, ze toch nog verzandden in ellenlange, onnodige noise-escapades aan het eind van ieder nummer, op plaat zowel als live. Dit geeft het misverstand goed weer: it’s the codas, stupid! Niet de liedjes! Die noise-escapades zijn de essentie —— het is ook niet voor niets dat het Sonic Youth was die, in dezelfde periode, Neil Young de suggestie aan de hand deden voor zijn plaat Arc, een opwindende aaneenrijging van de noisy codas van tracks die hij samen met Crazy Horse tijdens de luidruchtige Weld-tour speelde, een tour waarvoor Sonic Youth overigens het voorprogramma verzorgden, tot ontsteltenis van de Neil fans.

Meer lezen over “Sonic Youth — Goo”

Plastikman — Consumed


De meest radicale plaat van 1998 was ongetwijfeld Consumed van Plastikman. Radicaal in de zin dat de kenmerkende acid sound van voorgangers Musik (1994) en Sheet One (1993) — de sound waarmee Richie Hawtin, de man achter Plastikman, beroemd was geworden onder techno-aficionados — bijna volledig was verdwenen. De squelchy acid sound is alleen nog in flarden te herkennen. Alles is gereduceerd tot een minimaal arrangement, drumpatronen zijn meer dragend voor de sfeer dan voortstuwend op de voorgrond tredend, de focus is op textuur en timbre. De muziek is ernstig en uiterst minimalistisch, op het sobere af. Er hangt een mysterieuze nevel over de plaat, en de klanken geven uitdrukking aan een onheilspellende ambiance. En tóch klinkt Consumed ondubbelzinnig als Plastikman. Dit maakt de plaat zo revolutionair. Consumed is ontegenzeglijk hét meesterwerk van 1998.

Meer lezen over “Plastikman — Consumed”
Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag