
De derde van Jeremy Greenspan en Matt Didemus is hun meesterwerk. De lijn die op So This is Goodbye werd geïntroduceerd wordt hier voortgezet, terwijl tegelijkertijd de sound nog meer verfijnd is. Het debuut Last Exit was natuurlijk een geniale vondst, een juxtapositie van two-step en lijzige rationeel-emotieve pop, maar ook een artificieel huwelijk tussen ‘nu’ en ‘van alle tijden’. Nog beter dan op So This is Goodbye wordt op Begone Dull Care de blanke soul perfect gematcht met afgemeten beats en afgeronde synthesizergeluiden, zonder een glitch of breakbeat in zicht. Het is aufgeklärte, precieze pop.
Vergelijkingen met de beste synth-pop van begin jaren tachtig (Human League, John Foxx, ABC), en zelfs met Steely Dan (Jeremy Greenspan is een zelfverklaarde fan) zijn natuurlijk op hun plaats. Ik wil beweren dat Junior Boys ook minstens zo veel overeenkomt — als we de gitaren en de echte instrumentatie even wegdenken — met de perfecte pop van Prefab Sprout, met name de Prefab Sprout van Steve McQueen en Jordan: the Comeback. De zangstijlen verschillen en de muziek van Junior Boys is volledig electronisch. Maar de helderheid van Thomas Dolby’s ijskoude productie op voornoemde platen van Prefab Sprout, gekoppeld aan een gedecideerde gevoelsbeheersing in de songteksten, lijkt model te hebben gestaan voor de knisperige Junior Boys-sound.
The WIRE schrijft dat de nieuwe Junior Boys het genotsbeginsel vindt in de melancholie. Dat is toepasselijk. Maar deze ogenschijnlijke contrariteit verklaart slechts ten dele waarom Begone Dull Care zo’n speciale plaat is. Het zegt niets over de muziek sec. Anders dan normaal in pop zijn de lyrics hier het vehikel en is de muziek de inhoudelijke kern. Waar in de teksten vertroebeling lijkt te worden nagestreefd is het meest opvallende, en ook unzeitgemäße, van de muziek dat het een grote openheid vertoont.
Je leest in recensies over saaiheid en versofting. Dat is echter een subjectieve verdraaiing, gebaseerd op de alomtegenwoordige muziekdoofheid, van wat objectief plaatsvindt: in de repetitie van de akkoorden wordt het muzikale thema de volledige ruimte gegeven. Nummers duren. En geen loops, geen processing, maar source sound uit analoge synthesizers. Junior Boys is niet uit op effect, of een cluttering up van het sound spectrum, wat zo gebruikelijk en met allerlei software zo gemakkelijk te bewerkstelligen is in de pop van nu. De klacht dat de muziek op Begone Dull Care tergend saai is, zowel vocaal als muzikaal, impliceert in feite dat ons gehoor geconditioneerd is op een volgepropte klankenruimte. Het softwarematig overladen van een track met effecten kan aangename pop opleveren, zoals bij Animal Collective en Black Dice. Maar het is tegelijkertijd een indicatie van onrust, van gebrek aan controle en, bovenal, aan wil om te controleren.
Op Begone Dull Care is Junior Boys blakend van zelfvertrouwen, een jaren tachtig sentiment dat we best eens vaker mogen propageren. Junior Boys is geen indie, het is yuppiemuziek. En da’s een compliment. Tip: de house-versie van Hazel op 12″ is net zo goed als Carl Craig’s sublieme versie van Like a Child.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.