Musica Elettronica Viva – Huddersfield Contemporary Music Festival 2009, vrijdag 27 november (live-verslag)

Het is slechts sporadisch dat ze optreden. En als er zich dan een kans voordoet om ze live in actie te zien, dan is er weinig dat je verhindert af te reizen naar, in dit geval, het Engelse Pennine-district voor een avondje marginaliteit in de provincie. Het gezelschap Alvin Curran, Richard Teitelbaum en Fredric Rzewski behoort tot de grand-duchy van de improv. Als MEV zijn ze gedrieën, al dan niet aangevuld met andere musici, al ruim veertig jaar bezig met het ter plekke op vrije wijze creëren van gestructureerd electro-akoestisch geluid. In tegenstelling tot jazz — doorgaans geen echte improvisatie — laat MEV er zich op voor staan dat wat ze ten gehore brengen genuine improvisatie is. In de post-concert talk werd dat even duidelijk bevestigd, ofschoon Teitelbaum, de bedachtzame Newyorks-joodse intellectueel met oosterse inslag, zijn vroegere voorliefde voor Coleman en Coltrane niet wenste te verloochenen. Ook het feit dat wijlen Steve Lacy tot voor zijn dood nog deel uitmaakte van MEV zegt genoeg.

Meer lezen over “Musica Elettronica Viva – Huddersfield Contemporary Music Festival 2009, vrijdag 27 november (live-verslag)”

Zwischenwelt – Paranormale Aktivität (2011)

Paranormale Aktivität, uitgebracht op Richard D James’s Rephlex label (!), is een overtuigend concept-album dat het werk van Kraftwerk of Dopplereffekt had kunnen zijn (Gerald Donald is dan ook een van de leden van Zwischenwelt): klinische electro beats met ditto Sprechstimme-achtige vocalen — van Beta Evers (echte naam: Brigitte Enzler) — tegen een spookachtige ambient achtergrond, dat soms ook aan Coil doet denken. Het monotone, welhaast lijzige Duits-geaccentueerde Engels van Frau Evers maakt het er alleen maar dreigender en ijziger op: een toonbeeld van orkestraal-vocale samenhang dat ook nog conceptueel geïntegreerd is.

Meer lezen over “Zwischenwelt – Paranormale Aktivität (2011)”

Lithics – Mating Surfaces (2018)

Het is lang geleden dat ik zo’n goede indie-gitaar/punkrock-plaat heb gehoord. Alles klopt: de scratchy, scrawny gitaar, de stuwende, strakke bas, de meppen van de man achter de traps, de monotone vocalen. De sound klopt, de plaat is precies lang genoeg: geen nummer duurt langer dan nodig om zijn essentie over te brengen. Voor de hand liggende referenties zijn Pink Flag-periode Wire, vroege Gang of Four, The Fire Engines, de vroege Rough Trade Fall (vooral het nummer Still Forms lijkt rechtstreeks afkomstig van Grotesque of Slates, met dat iele gitaartje dat door Marc Riley ingespeeld had kunnen zijn)—de heilige graal van post-punk dus. Maar ik hoor ook echo’s van het Nuyoricaanse vroege jaren ’90 queer core-gezelschap God-Is-My-Co-Pilot (de vroege platen Speed Yr Trip, I Am Not This Body en Straight Not), de dissonante gitaar-exercities van vroege Sonic Youth (m.n. op het wat langere nummer Boyce), en ook van het debuut van het Londense Ikara Colt uit 2002 (Chat and Business), wat die laatste betreft vooral de punky velociteit die sommige tracks op Mating Surfaces kenmerken.

Meer lezen over “Lithics – Mating Surfaces (2018)”

Thomas Köner – Novaya Zemlya (2012)

Na de re-release van zijn eerste drie albums uit de vroege jaren negentig (Nunatak, Teimo en Permafrost) van een tijdje terug, en de eerste sinds La Barca uit 2009, is Novaya Zemlya misschien wel de meest indrukwekkende plaat die Köner aflevert, althans als we het geniale Porter Ricks, zijn techno-project met Andy Mellwig, niet meerekenen. Het is een en al pulse en textuur, vrijwel pure sound, die nagenoeg subjectloos genoemd moet worden — object-georiënteerde sound-art. Vanaf de eerste sonore, subsonische bassen bevind je je in een volstrekt desolate omgeving, onthecht van enig interpretatief kader uit de pop, rock, dance of improv. Dreigende rumble en onheilspellende stilte tegen de achtergrond van een enorme lege, arctische ruimte, die over de spanwijdte van de drie tracks fenomenaal knap worden gearrangeerd en uitgestrekt: dit soort ‘muziek’ dreigt altijd snel saai, of tot behang of ambient-muzak te worden, maar dat is bij Köner nooit het geval.

Meer lezen over “Thomas Köner – Novaya Zemlya (2012)”

Ectoplasm Girls – New Feeling Come (2016)

New Feeling Come kwam al in 2016 uit op het piekfijne Zweedse label voor allerhande experiment iDEAL, maar ik heb de 2e persing, die in januari van dit jaar uitkwam, dus voor mij geldt deze plaat als behorend tot de oogst van 2017. Het is een onduidbaar muzikaal meesterwerkje, dat zijn naam alle eer aandoet. De naam van het duo verraadt al een heleboel, wat je hoort is namelijk inderdaad als ectoplasma, een spirituele substantie of energie die door een medium in trance wordt afgescheiden en waarmee een geest zichzelf eventueel kan materialiseren: ectoplasma functioneert potentialiter als de onmiddellijke verbinding tussen het geestelijke en het materiële.

Meer lezen over “Ectoplasm Girls – New Feeling Come (2016)”

Eliane Radigue – Transamorem/Transmortem (2011)


Met Transamorem–Transmortem staat Eliane Radigue op plaats #3 in de Wire top-50. Verbazingwekkend, want het is bepaald geen gemakkelijke plaat. Het is bovendien een archief-album, afkomstig van nooit eerder uitgebrachte tape reels uit 1974, toen het stuk werd uraufgeführt in The Kitchen, toen Rhys Chatham daar — nog heel jong — de dienst uitmaakte. Kiezen mensen deze plaat nou uit hoofde van de vermeende goede smaak? Of vinden ze het echt goed? Dat laatste kan ik me nauwelijks voorstellen.

Meer lezen over “Eliane Radigue – Transamorem/Transmortem (2011)”

Space Afrika – Somewhere Decent to Live (2018)

Op de valreep van het nieuwe jaar ontdek ik nog wat zowaar mijn ‘plaat van het jaar’ lijkt te zijn. De plaat kwam al in maart uit, maar ik geloof dat er behoudens interviews in FACT Magazine en Loud and Quiet in de media nauwelijks aandacht aan besteed is–ik heb geen recensies gezien.

De impact is direct en alle hokjes die bij mij een lampje doen branden, worden aangekruist. Waanzinnig diepe doch uiterst subtiel gearrangeerde low end, zeer spaarzaam geplaatste kick drums als ze al aanwezig zijn, een abstract-klinische vernislaag ambachtelijk over het geluidsspectrum uitgesmeerd, public address vocal samples en een verfijnd en uitgekiend sound design dat–even los van het feit dat Space Afrika bepaald geen post-rock is–in een zeker opzicht sterk aan de uitgesponnen lange lijn van een aantal tracks op Codename:Dustsucker, het tweede album van Bark Psychosis uit 2004, doet denken; het is de uitdrukking die op beide platen aan de moderne grote stad wordt gegeven waar de overeenkomst ligt.

Meer lezen over “Space Afrika – Somewhere Decent to Live (2018)”

Vril. – Anima Mundi (2018)

Ik beken dat ik Vril nog niet kende totdat ik de lovende recensie als ‘Album der Ausgabe’ in de allerlaatste printuitgave van het Duitse GROOVE las (November/Dezember-Nummer 2018). Hij is blijkbaar een bekende DJ uit Hannover van het Weimarse Giegling-collectief, en Anima Mundi is zijn derde langspeler. De plaat werd in rauwe vorm vorig jaar al tijdens Giegling-evenementen op cassette gedistribueerd, maar Vril heeft de sounds vervolgens volledig ge-remixed en het resultaat heeft naar zeggen een geheel nieuwe, unieke plaat opgeleverd (ik heb die cassette niet gehoord).

Het is wat mij betreft zonder twijfel een van de drie beste dance/techno-platen in een jaar dat sowieso een topjaar voor dance is gebleken. De muziek houdt het midden tussen dubtechno in de Deepchord/Rod Modell-traditie en de meer ambiente stijl van Echospace en aliassen, en refereert doorheen de plaat zeker ook naar de karakteristieke Berlijnse oscillerende open-ader sound van Basic Channel, natuurlijk hét sjabloon voor dubtechno. Het echoët, faseert en galmt als een bezetene tegen een niet-aflatende diep pulserende achtergrond. De klassieke Basic Channel garnituur is heel herkenbaar, maar Vril weet eigen accenten aan te brengen waardoor Anima Mundi duidelijk identificeerbaar is als dubtechno, maar hij zich tegelijkertijd ook specifiek te onderscheiden van de luie epigoon. Zoals GROOVE schrijft: ‘Jeden seiner Tracks erkennt man sofort als Track von Vril.’

Meer lezen over “Vril. – Anima Mundi (2018)”

Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)


“Nostalgia For Unattainable Worlds”

The year was 1993. As a 24-year-old, I was rather late to latch on to the techno & house craze of the late 80’s and early 90’s. At the time, my focus was too much on the post-hardcore and noise rock that was simultaneously being imported from the US to care about what was going on in electronic music. Beats for me were limited to hip-hop and industrial formations such as industrial mainstay Coil (who flirted heavily with house on 1991 masterpiece Love’s Secret Domain), Consolidated, Front 242 and especially Meat Beat Manifesto, and nights in the Korsakoff, the place in Amsterdam for industrial dance. That suddenly changed — I can’t remember why — when albums from Warp’s “Artificial Intelligence” series began hitting shelves — a series that ultimately, for whatever reason, was rather short-lived.

Meer lezen over “Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)”

Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)


“Nostalgia For Unattainable Worlds”

Het jaar was 1993. Ik was, als 24-jarige, schromelijk laat met het aanhaken bij de techno & house hausse van de late jaren ’80 en vroege jaren ’90. Mijn aandacht ging in die tijd te zeer uit naar de post-hardcore en noiserock die terzelfder tijd uit de VS werd geïmporteerd om me te bekommeren om wat er op dat moment in de electronische muziek gaande was. Beats voor mij waren beperkt tot hiphop en industrial formaties zoals Coil (die op LSD met house flirtten), Consolidated, Front 242 en vooral Meat Beat Manifesto, én avonden in de Korsakoff, dé plek in Amsterdam voor industrial dance-avondjes. Daar kwam plots verandering in — ik weet niet meer waarom — toen platen uit de “Artificial Intelligence”-serie van Warp in de schappen begonnen te verschijnen — een reeks die uiteindelijk om wat voor reden dan ook geen lang leven beschoren was.

Meer lezen over “Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)”
Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag