
Met Transamorem–Transmortem staat Eliane Radigue op plaats #3 in de Wire top-50. Verbazingwekkend, want het is bepaald geen gemakkelijke plaat. Het is bovendien een archief-album, afkomstig van nooit eerder uitgebrachte tape reels uit 1974, toen het stuk werd uraufgeführt in The Kitchen, toen Rhys Chatham daar — nog heel jong — de dienst uitmaakte. Kiezen mensen deze plaat nou uit hoofde van de vermeende goede smaak? Of vinden ze het echt goed? Dat laatste kan ik me nauwelijks voorstellen.
Interessant is de plaat zeker, als idee, als concept, maar ik vond het moeilijk om mijn aandacht erbij te houden (da’s in eerste instantie natuurlijk meer mijn probleem dan een probleem van de muziek). Het concept is zo dun dat de vraag opdoemt waarom de cd duurt zolang hij duurt en niet een minuut langer of korter.
Transamorem-Transmortem is gemaakt met de ARP synthesizer, waar Radigue voorheen slechts met de feedback van tapeloops werkte (o.a. te horen op het archief-album Vice Versa etc., eerder in 2009 ook uitgebracht op het Important Records label). Wat je hoort op Transamorem is een synth drone die heel geleidelijk, maar dan ook heel geleidelijk verschuift en van frequentie verandert — ofschoon dat nauwelijks hoorbaar is, gezien de durée van het stuk. Eentonigheid heeft hier haar apex bereikt, en dat is niet per se als kritiek bedoeld. Het is onmiskenbaar dat hier een high concept achter zit, zoals ook duidelijk wordt uit interviews met Radigue. Ze is gepokt en gemazeld in serialisme, ofschoon ze daar behoorlijk afstand van gedaan heeft, en kan nog bewondering voor Anton Webern opbrengen, wiens muziek mijlenver, zo niet lichtjaren, afstaat van die van Radigue.
Het gaat op Transamorem denk ik meer om de idee van de perceptie van de zich (natuurlijkerwijs) in een ruimte bevindende luisteraar die hier uitgedrukt wordt, dan om de intra-muzikale samenhang per se. De wedervraag is dan of dit niet voor elk muziekstuk geldt: zijn de idee achter de muziek en de muziek die die idee uitdrukt niet altijd op elkaar betrokken, hetzij op geslaagde wijze, hetzij op minder geslaagde wijze? Je zou kunnen zeggen dat Radigue’s muziek, en dan met name Transamorem,
uitermate geslaagd is in het verklanken van de idee van een ‘meditation on the
changes caused in the perceptual process of hearing by music of duration”, zoals de Wire-recensie (October 2011) het beschrijft. Perceptie en waargenomene (wat je hoort) is éen: verandering en stasis zijn in feite inwisselbaar, naar gelang het waarnemende subject, de luisteraar, ook meebeweegt zowel in de tijd die de muziek duurt, als in de ruimte waarin de muziek gehoord wordt; d.w.z. waar sta ik als luisteraar zelf in het klankenspectrum? Hoe verhoud ik mij ruimtelijk tot de gehoorde klanken?
Wellicht ligt hier ook een verklaring voor Radigue’s overtuigde boeddhisme,
dat naar zeggen een enorme invloed op haar muziekmaken heeft. Affijn, d’r zal muziekfilosofisch veel over te zeggen zijn, maar ik blijf vooralsnog onbewogen,
zogezegd. En sommige ideeën zijn nu eenmaal beter dan andere.
Maar Radigue’s expressis verbis afkeer van Alban Berg’s lyrische expressivisme is voor mij een teken aan de wand, en ook bevestiging van mijn ongevoeligheid voor haar muziek. Laat ik benadrukken dat ik het interessant vind, en tot op zekere hoogte ook goed, in de zin van fijn, prettig, relatief aangenaam om naar te luisteren, maar ik raak niet begeistert. Vooral het feedbackwerk Vice Versa etc. uit 1970, maar ook Triptych uit 1978 kunnen me wel in zekere mate bekoren — en daarmee heb ik dan ook de 3 cds genoemd die ik heb van haar, en daar wou ik het ook bij laten.
Dat Transamorem-Transmortem muzikaalhistorisch bezien, in het oeuvre van een van de meest bekende experimentele naoorlogse Franse componisten, een belangwekkende plaat is, staat denk ik niet ter discussie. Maar ik blijf toch met de vraag zitten waarom de plaat op plaats 3 belandde bij The Wire.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.