Electronica/Techno 1994: Annus mirabilis

Highlighted releases = in eigen bezit (cd/lp)

= nog op zoek


JAPAN TECHNO

Susumu Yokota—Acid Mt. Fuji
Ken Ishii—Reference to Difference
Yoshihiro Sawasaki—Neocrystal (12″)
YS (=Sawasaki)—Perfumed Garden (!!)
V/A—Pulseman
Meditation YS (=Sawasaki)—Slumber (12″)
CT Scan—Scanner (12″)
Pylon—Polaris (12″)
Yin & Yang (=Susumu Yokota)—A Magic Cap in the Sky (12″)
Transmission 09—Rainbow Man (12″)
Mind Design—View From the Edge
Kimitaka Matsumae—Space Ranch
Osamu Sato—Transmigration
V/A—Transonic (970-1450km/h)
Mushroom Now!—Traveller’s Light
Interferon—Seance-Room Music
Tanzmusik—Sinsekai
Electro Harmonix (=Tetsu Inoue & Jonah Sharp)—s/t
DATacide (=Tetsu Inoue & Uwe Schmidt aka Atom Heart)—II
Zenith (=Tetsu Inoue & Carlos Vivanco)—s/t

Meer lezen over “Electronica/Techno 1994: Annus mirabilis”

Tortoise: Cool Lounge Lizards

TORTOISE — BEACONS OF ANCESTORSHIP (2009)
Toen de plaat begin mei gelekt werd tipte ik een collega en had ik het over de — naar ik dacht geniale — titel ‘Beacons of Craftsmanship’. Dat was in zekere zin een Freudiaanse verspreking. Binnen de indie in de Amerikaanse muziek waren er in de jaren negentig eigenlijk maar weinig echt goede, ambachtelijke muzikanten die verder gingen dan drie akkoorden, een vierkwartsmaat en wat distortion parafernalia. Naast verwante bands als Slint en de hele post-hardcore scene van begin en mid-jaren negentig — denk Bastro, Rodan, June of 44, Codeine, Rex — was Tortoise de band die er met kop en schouders bovenuit stak. Standard-bearers of craftsmanship in rock. Muzikaliteit boven statement en pose, zeker tussen al dat al lang vergeten grunge-gebeuren. Niet in het minst kwam dat doordat Tortoise als geen ander het genre van rock tout court geheel ontsteeg.

Meer lezen over “Tortoise: Cool Lounge Lizards”

Lawrence English: Field Noise From Downunder

LAWRENCE ENGLISH—Kiri No Oto (Touch 2008)
LAWRENCE ENGLISH—Studies for Stradbroke (Winds Measure 2008)

Eerder al werd Lawrence English, labelbaas van het in microsound gespecialiseerde Australische Room40, door de kenners geprezen voor zijn album For Varying Degrees of Winter, maar met Kiri No Oto voor het Engelse kwaliteitslabel Touch heeft English werkelijk in de roos geschoten. De muziek op deze plaat kun je zien als het complement van Fennesz’ laatste Black Sea, dat sommigen wellicht niet geheel overtuigde. ‘Kiri no oto’ schijnt Japans te zijn voor ‘geluid van de mist’. En dat is wat je, met enige verbeelding en amplificatie, ook te horen krijgt. Het is ambient die tegelijkertijd behoorlijk noisy klinkt: een enorm dichte, claustrofobische sound die toch vederlicht in het gehoor ligt. Het zalvende lawaai van het derde nummer op de cd, passend getiteld White Spray, laat dit het best horen. Zoals een collega het verwoordde, wat je hoort doet kalm én op een of andere manier industrial aan.

Meer lezen over “Lawrence English: Field Noise From Downunder”

The Field – Infinite Moment

Het nieuwe, inmiddels zesde album van The Field is misschien wel z’n beste (dit zeg ik natuurlijk on the spur of the moment). Het is niet dat hij iets nieuws doet, maar wat hij doet is dusdanig feinjustiert dat Infinite Moment, zoals het album toepasselijk heet, aanvoelt als ware het de essentie van zijn sound geabstraheerd in zes perfecte miniaturen. Ornament — zoals bijvoorbeeld de wezensvreemde Kraut-uitstapjes op Yesterday and Today — is weggestript, de tijd is permanent synchroon, zoals de titel weergeeft: je waant je steeds in het nu, terwijl de tijd in indefinitum door lijkt te lopen. De nummers hadden ook langer kunnen duren. De muziek gaat door, en toch verandert er niks behalve het intenser wordende genot dat beleefd wordt. Temporele desoriëntatie — versnelling dan wel vertraging — verpakt als drogerende bedwelming.

Is dit niet waar het in House om draait? Lyriek door middel van een kickdrum, een hi-hat en een baslijn, gestapelde samples van vocalen, en zalige filters, die een prettig wazig geluid onder weggemoffelde, vertraagde ritmes creëren (zoals op track 1). Het klinkt zo simpel, maar je moet er wel de juiste popvingers voor hebben. The Field is de Mozart van de hedendaagse Microhouse, en Infinite Moment is een voortreffelijke plaat voor eindeloze huisdraaibeurten.


Om – Advaitic Songs

OM’s vijfde album borduurt voort op de op voorganger God is Good begonnen verfraaiing van hun kenmerkende basale drum & bass doom/drone-metal, dat op derde, en in hun œuvre centrale album Pilgrimage uit 2007 (geproduceerd door Steve Albini en Bob Weston!) zijn definitieve beslag kreeg. Sinds dat album kiest OM ook voor een idiosyncratische, herkenbare beeldspraak voor de muziek: de hoezen worden gesierd door Byzantijnse, Oosters-orthodoxe iconen. Dat is toepasselijk: de muziek weerspiegelt de vreemdheid en vroomheid die uit dergelijke iconen spreekt. Is dit ironie? Ik denk het niet, maar datzelfde kun je je ook afvragen bij doorsnee metal. En de idiotie van metal-imagery wordt doorgaans nooit ter discussie gesteld, dus laten we dat bij OM ook niet doen. Ik ga er eigenlijk vanuit dat de oosterse cq. oosters-orthodox-religieuze invloed diep in de muziek van OM doorgesijpeld is, en dus een serieuze aangelegenheid is voor OM-constante Al Cisneros. De naam voor de band is niet voor niets zo gekozen!

Meer lezen over “Om – Advaitic Songs”

KTL: metal machine music

KTL – IV (Editions Mego 2008)

De eerste twee cds van KTL waren veelbelovende declaraties van Verfransung in de popmuziek. Ze brachten namelijk bij elkaar wat tot dan toe streng gescheiden gehouden werd: het metal genre en electronica. Zelfs het beeldmateriaal is een grensoverschrijdende mengelmoes. Het voor metal typische morbide visuele symbolisme is prettig voor het moderne oog gemaakt. Ook op het nieuwste album is dat zo. Het gotisch schrift, het doodshoofd, de kruizen en zwaarden zijn dusdanig gestileerd dat je de plaat niet voetstoots aanziet voor de zoveelste black, doom of drone metal cd. De paarden- en bizonkop op de binnenkant van het inlegvel zorgen voor een bijna komische noot. Het is allemaal erg smaakvol, gespeend van doom teenager romantiek en wederom in monochromie uitgevoerd. Ook die nutteloze obi-strip die je normaliter alleen op Japanse import vindt is niet te versmaden.

Meer lezen over “KTL: metal machine music”

Junior Boys – Begone Dull Care (2009)

De derde van Jeremy Greenspan en Matt Didemus is hun meesterwerk. De lijn die op So This is Goodbye werd geïntroduceerd wordt hier voortgezet, terwijl tegelijkertijd de sound nog meer verfijnd is. Het debuut Last Exit was natuurlijk een geniale vondst, een juxtapositie van two-step en lijzige rationeel-emotieve pop, maar ook een artificieel huwelijk tussen ‘nu’ en ‘van alle tijden’. Nog beter dan op So This is Goodbye wordt op Begone Dull Care de blanke soul perfect gematcht met afgemeten beats en afgeronde synthesizergeluiden, zonder een glitch of breakbeat in zicht. Het is aufgeklärte, precieze pop.

Meer lezen over “Junior Boys – Begone Dull Care (2009)”

Thomas Köner – La Barca (2009)

Nooit zo zeker hoe je dit moet beluisteren: is het muziek of gewoon ’n goedkoop samenraapsel van found sound? Hoe Köner, wiens Porter Ricks platen mij zeer dierbaar zijn, het ook doet, op het minimalistische Zyklop, het laatste solo-album van alweer 7 jaar geleden, pakte de beluistering behoorlijk aangrijpend uit (niet sentimenteel bedoeld). Muziek voor in het vliegtuig, voor een vlucht van pakweg 3 uur of zo. Goed voor psychosonische conditionering of sonische psychotherapie. En d’r zit compositie in, dus dat maakt het tot muziek. Op deze nieuwe, La Barca, bevinden we ons, verdeeld over 12 tracks, op 12 verschillende breedtegraden ergens op aarde. Klinkt gekunsteld op papier, maar op de plaat is het intrigerend genoeg om, geholpen door de golven van bas en synth, in de schijnbare glossolalia toch punten van herkenning te ontwaren: mensen in hun dagelijkse en niet zo dagelijkse doen (wat te denken van katholieke gebedsvoorgang?), nietsvermoedend door de artiest Köner, bijna autoritair, ondergedompeld in een auraal bad. Niet dat die menselijkheid noch dat autoritaire belangrijk is. Zoals dat in de psychotherapie vanzelfsprekend is, gaat het om het effect. La Barca is gesubsidiëerd effectbejag als muziek. High art indeed en die ronkende Russische vrachtwagensound aan het begin van de 3e track is cool.


Animal Collective – Merriweather Post Pavillion (2009)

De plichtmatige verwijzingen naar The Beach Boys wanneer het Amerikaanse Animal Collective ter sprake komt zij de popscribenten vergeven. De laatste cd — hun achtste als we live-album Hollinndagain meerekenen — lijkt op het eerste gehoor immers hun regelrechte Pet Sounds-album te zijn geworden. Zelf ontkennen ze direct beïnvloed te zijn, maar het vocale ensemble van zangers Dave Portner (aka Avey Tare) en Noah Lennox (aka Panda Bear) doet toch wel erg denken aan The Beach Boys, al zullen ze nooit het technische niveau van de stemmenacrobatiek op een Good Vibrations of This Whole World kunnen evenaren.

Meer lezen over “Animal Collective – Merriweather Post Pavillion (2009)”

Musica Elettronica Viva – MEV40 (2009)

Het is moeilijk voor te stellen, maar in de late jaren zestig was zelfs Rome in de ban van de revolutie. Dat had ook z’n culturele effect. Een keur aan free jazz coryfeeën zoals Don Cherry en Ornette Coleman en avant-gardisten zoals Takehisa Kosugi, LaMonte Young en Nam June Paik waren veelvuldig te zien en te horen in de stad. Ook het legendarische The Living Theater was er actief. Het was een ideale creatieve omgeving voor Musica Elettronica Viva, afgekort als MEV, een anarchistisch collectief van Amerikaanse conservatoriumstudenten die in de geest van de tijd besloten het roer radicaal om te gooien. Ze vertoefden in Trastevere, de aantrekkelijke wijk aan gene zijde van de Tiber en creëerden zomaar ex nihilo.

Meer lezen over “Musica Elettronica Viva – MEV40 (2009)”
Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag