Black Dog Productions — Bytes (Warp 1993)


“Nostalgia For Unattainable Worlds”

Het jaar was 1993. Ik was, als 24-jarige, schromelijk laat met het aanhaken bij de techno & house hausse van de late jaren ’80 en vroege jaren ’90. Mijn aandacht ging in die tijd te zeer uit naar de post-hardcore en noiserock die terzelfder tijd uit de VS werd geïmporteerd om me te bekommeren om wat er op dat moment in de electronische muziek gaande was. Beats voor mij waren beperkt tot hiphop en industrial formaties zoals Coil (die op LSD met house flirtten), Consolidated, Front 242 en vooral Meat Beat Manifesto, én avonden in de Korsakoff, dé plek in Amsterdam voor industrial dance-avondjes. Daar kwam plots verandering in — ik weet niet meer waarom — toen platen uit de “Artificial Intelligence”-serie van Warp in de schappen begonnen te verschijnen — een reeks die uiteindelijk om wat voor reden dan ook geen lang leven beschoren was.

Bytes van Black Dog Productions was de eerste die ik leerde kennen. De plaat verscheen op 8 maart 1993, maar ik zal de cd (vinyl gold destijds als achterhaald) ergens in de zomer van dat jaar hebben gekocht — bij Boudisque in Amsterdam natuurlijk. Ik kende de voorgeschiedenis van het trio niet. De naam moest duidelijk maken dat het hier — een gebruikelijk techno-kenmerk — om een incognito productiegezelschap ging, dat bestond uit 3 leden die onder verschillende noms de plumes tracks aanleverden. Twee van hen opereerden ook onder de naam Plaid, dat al los van Black Dog in 1991 een album had uitgebracht, Mbuki Mvuki, op het label … Black Dog Productions! Ik leerde Mbuki Mvuki pas veel later in 2000 kennen (als onderdeel van de compilatie-dubbelaar Trainer).

Van de tracks op Bytes was The Clan (van I.A.O., een pseudoniem van Ken Downie, het 3e lid van het productieteam) al in een andere versie op de nu beroemde, eerste “Artificial Intelligence” verzamelaar verschenen, maar de andere tracks waren nieuw: strikt genomen is Bytes dus geen compilatie (van eerder verschenen materiaal), zoals vaak gedacht wordt.

Muzikaal was het eveneens volstrekt nieuw. In twee opzichten: voor mij persoonlijk sprak de muziek aan omdat het niet op de simplistische house leek die je — als leek — destijds meestal voor je kiezen kreeg (wist ik veel wat voor moois er allemaal onder de oppervlakte borrelde). Maar de plaat brak ook met het vigerende cliché dat electronische muziek per se voor de dansvloer geschikt moest zijn. Dat was ook de idee achter de Artificial Intelligence- serie: “Electronic Listening Music”. In dat opzicht werkte het marketingconcept van Warp goed: sociaal schuchtere indierock-liefhebbers, die tijdens live-concerten vaak niet verder kwamen dan een lichte head bob, werden op die manier overgehaald om naar dance-muziek te gaan luisteren. Ironisch genoeg leidde de introductie tot Bytes bij mij er juist toe dat ik tussen pakweg ’93 en ’97 een heftige fase van dance-fanatisme beleefde, met zeer frequent bezoek aan techno-fests en allerhande dance-tempels in de vaderlandse hoofdstad, de Roxy voorop.

“Terrible Longing Deep into the Electronic Ether”

Helemaal nieuw was het geluid evenwel niet. Bytes borduurde enerzijds voort op de late ’80s techno die uit Detroit kwam (Derrick May wordt vaak als blauwdruk genoemd; denk aan Strings of Life van Rhythim is Rhythim uit ’87), anderzijds heeft de karakteristieke Britse sound van de late ’80s en heel vroege ’90s, vooral bleep techno (Sweet Exorcist, LFO, Forgemasters), herkenbaar sporen achter gelaten. Bytes laat een complexe polyritmiek horen — eens niet four to the floor — gekoppeld aan nu eens lichtelijk sombere dan weer prettig geagiteerde, opwekkende synth scapes. Upbeat elementen uit Latin-muziek zijn ook kenmerkend voor de melodieën op sommige tracks, een invloed die later, op werk van Plaid vanaf 1997, een nog prominentere rol kreeg. Ook hiphop is te horen in het genetisch materiaal: de vele breakbeats doorheen de plaat, alsook de bleepy sounds op de track Yamemm die doen denken aan scratching. Ondanks deze ogenschijnlijke baaierd aan invloeden klinkt Bytes geenszins als een bij elkaar geraapt syncretistisch amalgaam. Bytes is zijn eigen volkomen natuurlijke, organisch gevormde sonic body, een waarlijk Deleuziaanse zelfproducerende en -regulerende machine désirante.

Semiotisch gezien drukt Bytes een ambigu gevoel van enerzijds een onbedwingbaar verlangen naar de toekomst, naar verandering, en anderzijds melancholische berusting uit. David Toop sprak in zijn recensie van toen (The Wire, maart 1993) over een focus op “computer music as kinetic art and mood machine”. De moody, soft “cool place” die Bytes laat horen verbond Toop aan een andere Detroit invloed, een minder “machine-anguished” techno dan die van May: namelijk Carl Craig’s werk onder zijn Psyche pseudoniem, vooral de geweldige EP “Crackdown” uit 1990 (luister hier naar de 1996-comp waarop het Psyche-materiaal staat, tracks 1-5).

Bytes is een door en door romantische electronica-plaat, die melancholie voor de toekomst koppelt aan “popping, pinging” ritmes. Dark ambient techno met een ingebouwde speelse ritmische souplesse. Voor Toop was Bytes — net als B12’s Electro-Soma, dat eveneens werd besproken in diezelfde recensie — een plaat die “confused emotions” laat horen over technologie en de plaats van de mens daarin. Bytes is een grandioos vroeg voorbeeld van hoe electronische muziek niet puur body music hoeft te zijn, maar — zoals Tony Herrington dat omschreef in een recensie van Bandulu’s Guidance, een eveneens geniale Britse technoplaat die een paar maanden later in 1993 verscheen — een “protean, visionary mode of psychic transportation” kan verklanken. Psychedelische muziek voor futuristen. Techno ten voeten uit dus.

In hetzelfde jaar, precies een half jaar later, verscheen al opvolger Temple of Transparent Balls, op het GPR-label. Begin 1995 kwam het echte vervolg op Warp, de classic Spanners. Daarna was de soep op. Ken Downie confronteerde het duo Andy Turner en Ed Handley met een ultimatum: “ofwel vertrekken jullie, ofwel houden we op met The Black Dog”. Hij vond het maar niks dat ze beiden onder de naam Plaid bleven optreden. En zo geschiedde: Plaid werd een apart vehikel, en Ken Downie ging zijn eigen weg onder de naam The Black Dog. De eerste Black Dog onder zijn exclusieve leiding verscheen, ook nog op Warp, in 1996. Op de niet onverdienstelijke, en onterecht maar begrijpelijk ondergewaardeerde plaat, Music For Adverts (and Short Films), was vrijwel niets meer overgebleven van het geluid van de oude Black Dog. Het DNA van de dartelende techno die we op Bytes en ook nog Spanners hoorden had zich in Plaid genesteld, wat bleek uit het goed ontvangen Warp-debuut van Plaid van een jaar later, Not For Threes (get it?). Hoe goed sommige van de latere Black Dog platen ook zijn — Further Vexations, Music For Photographers en vooral Music For Real Airports — feitelijk hebben we het met een heel andere formatie van doen dan de klassieke Black Dog, ofschoon je zou kunnen zeggen dat het moody aspect aan de oude Black Dog zich had getransponeerd in de nieuwe Black Dog.

Bytes blijft een unieke, onnavolgbare plaat, zowel in het œuvre van The Black Dog, als in techno in het algemeen. In een jaar waarin meerdere electronica-meesterwerken uitkwamen, die inmiddels als classics gelden, was voor mij Bytes in ieder geval de ontegenzeglijke favoriet. Hopelijk brengt Warp binnenkort een vinyl-reissue uit — uitspraken in een recent interview met Plaid leken daarop te wijzen.


Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag