
De meest radicale plaat van 1998 was ongetwijfeld Consumed van Plastikman. Radicaal in de zin dat de kenmerkende acid sound van voorgangers Musik (1994) en Sheet One (1993) — de sound waarmee Richie Hawtin, de man achter Plastikman, beroemd was geworden onder techno-aficionados — bijna volledig was verdwenen. De squelchy acid sound is alleen nog in flarden te herkennen. Alles is gereduceerd tot een minimaal arrangement, drumpatronen zijn meer dragend voor de sfeer dan voortstuwend op de voorgrond tredend, de focus is op textuur en timbre. De muziek is ernstig en uiterst minimalistisch, op het sobere af. Er hangt een mysterieuze nevel over de plaat, en de klanken geven uitdrukking aan een onheilspellende ambiance. En tóch klinkt Consumed ondubbelzinnig als Plastikman. Dit maakt de plaat zo revolutionair. Consumed is ontegenzeglijk hét meesterwerk van 1998.
Consumed is midden in de koude Canadese winter opgenomen. De ijzige, desolate uitgestrektheid van de Canadese vlaktes heeft een weerklank op de plaat gekregen. Dat Hawtin zich bovendien geïnspireerd wist door de “chambers of nothingness” van de sculpturen van de Britse kunstenaar Anish Kapoor is goed herkenbaar, en het design van de hoes is onmiskenbaar af te leiden uit de zgn. ‘slits’ van het sublieme monochromatische late werk van Mark Rothko. Dat monochromatische is ook te horen: Alles is geschilderd in de toonaarden schemering, beklemming en dreiging. Op een andere wijze dan Ryoji Ikeda’s “Space”, op Time and Space (óók 1998), is Consumed gefocust op de oneindige spatialiteit van een tot de bare bones gereduceerde techno-sound waarin je als luisteraar wordt opgezogen. Het is niet langer de ecstase of subjectieve ontlading, hetzij door een harde four on the floor of een squelchy synth-akkoord, die bepalend is. Die van elke subjectieve emotie ontruimde ruimtelijkheid van de klanken waarin je je verliest heeft iets van een horror vacui, een sublieme leegheid die overweldigt en beklemt. Tegelijkertijd heeft de muziek ook een meditatieve werking. Of anders gezegd, het hallucinerende effect van de acid gurgles van eerdere platen wordt nu teweeggebracht door de wijze waarop de vertraagde puls van Consumed je sluimerend de muziek in trekt.

Consumed kwam evenwel niet uit de lucht vallen. In de twee aan de release voorafgaande jaren had Hawtin, na opnames die tot de opvolger van Musik hadden moeten leiden (onder de titel Klinik) te hebben geditcht, besloten zijn sound te strippen van al het overbodige. Hij liet zich inspireren door de reductionistische, door dub beïnvloede sound van Basic Channel en andere Duitse techno-artiesten (Chain Reaction, Profan & Studio 1 releases). In de loop van 1996 bracht Hawtin elke maand een 12′′ uit onder de naam Concept 1, waarop die nieuwe minimalistische sound gestalte kreeg (stream hier). De TR808, TR909 en TB303 — die laatste essentieel voor het acid-geluid — waren grotendeels ingeruild voor Doepfer MAQ 16/3 sequencers en een reeks Serge modular racks. De heftig percussieve Detroit sound was gereduceerd tot monochromatische ploffen, pulsen, clunks en clicks. In 1998 werd een selectie van de tracks op één verrukkelijke compact disc uitgebracht, de eerste op zijn gloednieuwe label M_nus, om zijn nieuwgevonden minimalisme nog beter te kunnen marketen. Consumed was weliswaar niet zo radicaal spaarzaam en streng gecomponeerd als Concept 1, maar die laatste heeft wel model gestaan voor het nieuwe Plastikman-geluid.
Tegelijkertijd verscheen ook een cd met nog verdere variaties op de Concept 1 12′′s, van de hand van een jonge techno-dj Thomas Brinkmann, die met een speciale draaitafel-setup de Hawtin-sound nog radicaler abstraheerde. Het effect is verbluffend. In een recensie in The Wire werd destijds het volgende gezegd: ‘Stroked by Brinkmann’s needles, and augmented by further sound processing and downpitching, beats are suddenly shadowed by their doppelgängers, magnified vinyl flaws insinuate themselves within the rhythms, and the physical rotation of the disc is foregrounded as musical motifs pass from needle to needle and ear to ear. … Brinkmann’s patent process allows him to bring sensuality to the art of turntablism.’ En dat is Brinkmann’s Concept 1 96:VR inderdaad: een sensuele turntablism plaat, zonder in te boeten aan de gestrengheid van het Concept 1-concept.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.